Lees voor

Maatregelen tegen grondwateroverlast

Er zijn meerdere oplossingen tegen grondwateroverlast. Maatregelen zoals een pomp of drainage zult u ongetwijfeld kennen, maar er zijn meer oplossingen mogelijk.
Op deze pagina zijn de oplossingen onderverdeeld in 4 verschillende catergorieën:

  1. Onder de woning
  2. In de woning
  3. In de tuin
  4. Op gemeentelijk terrein

Onder de woning

De meeste gevallen van grondwateroverlast spelen zich af onder de woning. Grondwater verblijft in veel gevallen in de kruipruimte en kan daar de nodige hinder veroorzaken.
Een houten vloer zal op den duur veel last krijgen van schimmel (onderkant van de vloer). Leidingen voor gas en/of water kunnen door waterstand verschillen gaan verroesten. Vocht trekt in muren en door de vloer naar boven, wat tevens kan geuren. Bovendien is het lastig om de kruipruimte te betreden voor werkzaamheden.

Ventilatie en isolatie

Deze 2 woorden zijn niet dé oplossing, maar ventilatie en isolatie dragen wel bij aan een beter leefklimaat en gaan als maatregel vaak hand in hand. Verdampt vocht hoopt zich op tussen grondwater en de vloer. Dit trekt door de vloer naar het woongedeelte van uw huis. de lucht in uw woonhuis wordt daardoor vochtiger en slaat neer tegen ramen en wanden. U kunt het merken aan de randen van ramen. Die laten aan de woonzijde dan condensvorming zien. Vochtige lucht is niet alleen onprettig voor de gezondheid, maar het duurt ook nog eens langer om deze lucht te verwarmen. U stookt dus méér gas, om het net zo warm te krijgen als bij een huis zonder overtollig vocht. U kunt zelf de luchtvochtigheid meten met een 'hygrometer'. Een normaal, gezond leefklimaat heeft een luchtvochtigheid van 45% tot 60%. Om te voorkomen dat vochtige lucht doorslaat naar het woongedeelte is isolatie noodzakelijk. Er zijn voor alle typen vloeren verschillende vormen van isolatie mogelijk. Van Poly Urethaan schuim tot folie en iso-parels, er zijn diverse producten mogelijk. Ventilatie
Ventileren is iets wat iedereen eigenlijk al wel doet, maar misschien niet overal. Kruipruimtes hebben niet altijd een ventilatiemogelijkheid. Wellicht kent u de staande voeg roosters of kleinere roostertjes onder in de buitenmuur. Deze zorgen voor een aanvoer van buitenlucht. Deze lucht heeft (ook als het regent) een veel lagere luchtvochtigheid als de lucht in de kruipruimte. Roosters dienen aan de voor- en achterzijde van de woning geplaatst te zijn om een goede doorstroming te garanderen.
Roosters kunnen niet aanwezig zijn, of verstopt zitten door muizen, blad, aarde of andere zaken. Vergelijk een ongeventileerde kruipruimte eens met een badkamer zonder raam of afzuiging, waar u elke dag doucht. Binnen de kortste keren heeft u de schimmel op allerlei plekken zitten. In een kruipruimte is het niet anders. Blijf ook in uw woonomgeving ventileren. Uw adem, kookvocht en wasgoed brengen veel vocht in de ruimte. Door dagelijks even te ventileren in alle ruimtes, wordt de lucht droger en stookt u minder.

Draineren en pompen

Pompen in een kruipruimte is een maatregel om hem droog te krijgen. Plaats een dompel- of vlotterpomp in speciale emmer of vat op het laagste punt van de kruipruimte en hij slaat aan wanneer het aangegeven niveau is bereikt. Dat water loost u dan op het riool. Houdt er rekening mee dat, als u pompt, u vaak ook pompt voor uw buren links en rechts. Door de daling van grondwater ter plaatse van uw kruipruimte, trekt omgevingswater uw kant op. Het water blijft komen en u blijft pompen. Water in de kruipruimte behoeft geen directe belemmering te zijn. Mits u goed isoleert en ventileert zijn de gevolgen van grondwater voor de woonomgeving minimaal. U hoeft dan alleen nog te pompen als u echt ín de kruipruimte moet zijn. U bespaart tevens veel stroom.
Draineren van de kruipruimte is ook een mogelijkheid. Het is een maatregel die overigens niet veel voorkomt. De aanleg is namelijk nogal arbeidsintensief en lastig. Bovendien trekt u, net als bij pompen, water uit de omgeving aan. Ook kan het lastig zijn om water af te voeren in verband met de aanleghoogte en aansluiting op huis- of regenwaterriolering.

Ophogen en afdichten

In veel gevallen zijn kruipruimte (te) diep gemaakt, al bij de bouw van de woning. Hoe groter het verschil tussen de kruipruimtebodem en de tuin aan de buitenkant, hoe sneller er water wordt aangetrokken. In het grondwaterbeleidsplan (blz 17) gaat de gemeente uit van een diepte van 80cm, gerekend vanaf de bóvenkant van de vloer. In de grote grondwaterenquête van 2012 komen veel antwoorden voor van 90cm tot 130cm. Dit is te diep voor een kruipruimte. Het aanvullen van een kruipruimte met zand kan een stap in de goede richting zijn tegen grondwateroverlast.
Het afdichten van de kruipruimte is ook mogelijk. Met speciaal materiaal kan de wand worden geïmpregneerd en afgesmeerd. De bodem kan met hetzelfde materiaal worden dichtgestort. Zo maakt u een waterdichte bak onder uw woning. Het is een dure maatregel die alleen door specialistische bedrijven kan worden aangelegd. Kelders onder de woning dienen waterdicht te zijn. Hiervoor dient de eigenaar van de woning zelf zorg te dragen.

In de woning

Zoals hierboven al aangegeven zijn ventileren en isoleren goede maatregelen om te zorgen dat het leefklimaat ín de woning verbetert. Deze maatregelen kunnen ook goed werken tegen vocht in de muur. Optrekkend vocht kan vervelend zijn in de woonomgeving. Onderaan de muur trekt vocht omhoog en laat schimmel, zoutuitbloei en vlekken achter. Bovendien kan het stinken.
Er zijn diverse mogelijkheden op de markt om vocht in de muren te bestrijden. Soms helpt alleen het ventileren en isoleren van  de kruipruimte al, maar meestal is dit niet afdoende. Doorslaand of optrekkend vocht kan namelijk ook heel goed van buiten komen. Het impregneren en goed bewerken van muren is een maatregel die het doorslaan en optrekken van vocht voorkomt. U kunt deze klus echter niet zelf uitvoeren. Er zijn verschillende bedrijven die dit goed kunnen. Laat u goed adviseren en kijk naar een keurmerk van een bedrijf.
Ventileer goed. Vochtige lucht in huis door drogende was, uw adem en door koken kan ophopen en bijzonder ongunstig uitwerken op uw gezondheid. VROM heeft voor goed ventileren de ventilatiekaart gemaakt.

In de tuin

DrainsleufIn Hoogeveen hebben we te maken met een divers landschap met verschillende bodemsoorten en gelaagdheden. Dit zorgt ervoor dat grondwaterproblematiek op elke locatie anders is. Grof gezien is Hoogeveen op te delen in een 'zanddeel en een 'veendeel'. In het zanddeel (noordwest hoek van de gemeente) wordt veel minder grondwateroverlast ervaren. Dit komt voornamelijk door de zandige samenstelling van de bodem en de hogere ligging. In de zuidelijkere delen van de gemeente is meer veen aanwezig in de bodem. Veen zorgt voor afsluitende bodemlagen. Dit kan ervoor zorgen dat regenwater niet goed kan doorstromen naar de ondergrond. Een natte tuin is dan al snel het gevolg.
In tuinen kan het erg lastig zijn om alles droog te houden. Alles bestraten en afvoeren met een putje is natuurlijk makkelijk, maar zeker niet wenselijk. We houden regenwater het liefst op de plek waar het valt. De veenlaag doorsteken of de bodem omwoelen en het veen vermengen is een maatregel die kan helpen, mits de veenlaag niet al te dik is. Ook grindpalen (boorgaten van 2m of dieper gevuld met grind) zijn een maatregel die op veel plekken goed werken. Water stroomt hierdoor beter en sneller naar de ondergrond. De gemeente zelf gebruikt in openbaar gebied veelal drainage voor ontwatering. De diepte varieert, maar de sleuf wordt altijd afgevuld met zand met een grove korrel. Dit werkt erg goed. De drainage moet echter wel aangesloten worden op een riolering, maar het liefst op oppervlaktewater.
Verschillende hoveniersbedrijven kunnen u prima helpen met diverse ontwaterende maatregelen.

Op gemeentelijk terrein

Het openbaar gemeentelijk terrein is natuurlijk niet uw onderhoudsplicht. Maar u kunt de gemeente wel helpen. Ziet u bijvoorbeeld een groenstrook of grasveld dat te lijden heeft onder slecht afstromend hemelwater of grondwater, vult u dan het meldingenformulier in.

Uitgelicht

Zoeken