Het maatschappelijke doel van de Wmo is: meedoen. Meedoen van iedereen aan alle facetten van de samenleving, als het nodig is, geholpen door vrienden, familie of bekenden. En als dat niet kan, is er ondersteuning vanuit de gemeente. Het eindperspectief van de Wmo is een samenhangend lokaal beleid op het gebied van de maatschappelijke ondersteuning en op aanpalende terreinen. Verder houdt de Wmo in dat gemeenten verantwoording gaan afleggen aan hun eigen inwoners in plaats van aan de rijksoverheid. Het is dus belangrijk dat alle partijen goed worden betrokken bij het ontwikkelen van het beleid.
Doelstelling
De Wet maatschappelijke ondersteuning regelt dat iedereen - oud
en jong, wel of niet gehandicapt, autochtoon en allochtoon, met en
zonder problemen - volwaardig aan de samenleving kan deelnemen.
Veel mensen kunnen dat zelf, anderen hebben hulp of ondersteuning
nodig.
- Iedereen doet mee
In de Wmo staat dat iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Gemeenten zijn daar verantwoordelijk voor. Een gemeente zorgt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. - Gemeente en inwoners werken samen
De gemeente Hoogeveen kent de eigen inwoners beter dan de landelijke overheid. Ook weet de gemeente beter wat de inwoners nodig hebben. Daarom is de Wmo een taak van de gemeente. Maar de gemeente maakt de plannen voor maatschappelijke ondersteuning niet alleen. Dat doet de gemeente samen met de inwoners. Dus ook met u! Want voor een goede uitvoering van de Wmo werken gemeente en inwoners samen. - Vrijwilligers en mantelzorgers zijn belangrijk
Vrijwilligers zijn belangrijk. Veel verenigingen en buurthuizen danken hun bestaan aan vrijwilligers. Zonder de vrijwillige hulp van vrienden en buren kunnen veel mensen met een beperking niet thuis blijven wonen.
Mantelzorg gaat nog een stapje verder. Het is zorg die mensen bieden aan een naaste die langdurige en intensieve zorg nodig heeft door een chronische ziekte, een handicap of ouderdom. Het gaat om zorg waarvoor anders een professionele hulpverlener nodig is. In de Wmo staat dat gemeenten het werk van vrijwilligers en mantelzorgers ondersteunen. - Stimulerende omgeving
Een stimulerende omgeving of bepaalde faciliteiten zoals een buurthuis of een sportgelegenheid kunnen hulp en ondersteuning bieden. Ook familie, vrienden, sociale verbanden (de buurt, het werk, de geloofsgemeenschap) en organisaties (de sportvereniging, de scouting ) bieden die hulp. Het moet voor mensen wel mogelijk zijn om deze hulp te bereiken. De gemeente staat daarbij niet aan de kant. Ze heeft hierin ook een verantwoordelijkheid en biedt de nodige informatie. Waar nodig biedt de gemeente ook noodzakelijke voorzieningen.
Prestatievelden
De gemeenten zijn er dus verantwoordelijk voor dat beleid en ook dat de uitvoering goed gecoördineerd wordt op de diverse terreinen die onder de Wmo vallen. Deze terreinen worden prestatievelden worden genoemd. Er zijn negen van deze prestatievelden vastgesteld:
- Het bevorderen van de sociale samenhang in en
leefbaarheid van wijken en buurten
De gemeente Hoogeveen werkt aan een sociale infrastructuur gericht op versterking van de gemeenschap en van de sociale samenhang. Mensen met een beperking willlen op een volwaardige wijze zelfstandig deelnemen aan de samenleving en hieraan hun bijdrage leveren. Hiervoor wordt een sociale structuurvisie opgesteld. De gemeente kiest hierdoor voor een bredere benadering van de invoering van Wmo beleid op middellange termijn.
- Op preventie gerichte ondersteuning bieden aan jongeren
met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met
opvoeden
Dit prestatieveld heeft betrekking op de, in de gemeente wonende, jeugdigen (0 tot en met 18 jaar) en in voorkomende gevallen hun ouders, bij wie sprake is van een verhoogd risico als het gaat om ontwikkelingsachterstand of uitval (zoals schooluitval of criminaliteit), maar voor wie zorg op grond van de Wet op de Jeugdzorg niet nodig is danwel voorkomen kan worden. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken voor de jeugdigen. Ondersteuning is erop gericht om die rol op een verantwoorde manier uit te kunnen voeren. De gemeente dient een sluitend lokaal aanbod met op preventie gericht opvoedings-, opgroei- en gezinsondersteuning te realiserern. De nadruk dient te liggen op het voorkomen van (verergering van) problemen.
- Het geven van informatie, advies en
cliëntondersteuning
Dit prestatieveld heeft te maken met het verstrekken van informatie, het geven van advies en het ondersteunen én wegwijs maken van cliënten bij het zoeken naar de meest adequate ondersteuning. Dit beleidsterrein heeft zowel een algemene als een individuele component. Met het geven van informatie en advies wordt gedoeld op activiteiten die de burger de weg wijzen in het veld van maatschappelijke ondersteuning. Het kan hierbij zowel gaan om algemene voorzieningen als om meer specifieke voorzieningen zoals een individueel advies, of hulp bij de verheldering van een ondersteuningsvraag.Onder cliëntondersteuning wordt verstaan de ondersteuning van een cliënt bij het maken van een keuze of het oplossen van een probleem. Cliëntondersteuning heeft ten doel de regieversterking van de cliënt (en zijn omgeving) teneinde de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te bevorderen. Het kan informatie en advies, maar vooral ook uitgebreide vraagverheldering en kortdurende en kortcyclische ondersteuning bij keuzes op diverse levensterreinen omvatten. Cliëntondersteuning gaat een stap verder dan informatie en advies en richt zich op mensen die voor een vraag of een situatie staan die zodanig complex is, dat de betreffende persoon het zelf en met zijn omgeving niet kan oplossen.In dit prestatieveld krijgt de gemeente de taak om informatie en advies te geven over het complete terrein van wonen, welzijn en zorg. Het bestaande Zorgloket in Bethesda is daarvoor de meest voor de hand liggende oplossing. De bedoelde informatie en advies is voor burgers op 5 manieren benaderbaar: via een fysieke balie, per telefoon, via internet, via de media en desgewenst door een huisbezoek. Vanuit het Zorgloket levert de gemeente eveneens cliëntondersteuning.
-
Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Vrijwilligerswerk in de hulp-/zorgverlening: het bieden van hulp/zorg in enig georganiseerd verband door personen op vrijwillige basis, zonder dat daar een overeengekomen vergoeding tegenover staat.
Kernpunt van de Wmo is het bevorderen van een volwaardige deelname aan de maatschappij van alle mensen. Voor mensen die niet op eigen kracht kunnen participeren en hulp en ondersteuning nodig hebben kan een belangrijk deel van deze ondersteuning worden geboden door mensen uit de omgeving, sociale verbanden en/of door organisaties. Deze structuur wordt aangeduid als de "civil society". Een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente is dus: kan er een goed beroep gedaan worden op de civil society bij de totstandkoming en handhaving van een lokaal ondersteuningsnetwerk?
In prestatieveld 4 krijgt de gemeente de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Met de Wmo wordt voor het eerst een belangrijke stap gezet in de erkenning en ondersteuning van mantelzorgers. Mantelzorgondersteuning in Hoogeveen zal in nauw overleg uitgewerkt worden met het contactpunt Mantelzorg Hoogeveen, de WMO Raad en anderen. - Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke
verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een
beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een
psychosociaal probleem
Het doel van de Wmo is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving waarmee maatschappelijke uitval wordt voorkomen. Belangrijk is dat een beleid wordt ontwikkeld dat zich richt op factoren die kunnen leiden tot voorkoming van maatschappelijke uitval.In dit prestatieveld wordt de gemeente uitgedaagd om algemeen beleid te voeren, waarbij rekening gehouden wordt met mensen met een beperking. De toegankelijkheid van voorzieningen en preventie staan hierbij centraal. Het gaat hierbij om toegankelijkheid van openbare gebouwen, aangepaste woningen en sociaal-recreatieve activiteiten voor speciale groepen. Het voorkomen van uitval, sociale voorzieningen, sociale samenhang, stimuleren van breedtesport en het bevorderen van het welbevinden en de gezondheid van burgers staat centraal.
- Het verlenen van voorzieningen aan mensen met een
beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een
psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun
zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk
verkeer
Ter compensatie van de beperkingen die een persoon, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 9, onderdeel 4, 5 4n 6 van de wet ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, treft het college van B&W voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zijn lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.
Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van B&W rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.
Er is inmiddels beleid voorbereid waarbij alle compenserende voorzieningen in een verordening als een samenhangend pakket van voorzieningen voor burgers met een beperking is uitgewerkt. Het gaat hierbij om de volgende voorzieningen: speciale woonvoorzieningen, rolstoelen, begeleiding bij zelfstandig wonen, regieondersteuning bij het dagelijks leven, dagbesteding, maaltijdvoorziening, sociale alarmering, vervoersvoorzieningen en huishoudelijke verzorging.
De Wmo bepaalt dat in het vierjaarlijkse beleidsplan moet worden aangegeven welke maatregelen de gemeente neem om de keuzevrijheid van cliënten te bevorderen. Het kabinet verplicht gemeenten burgers de keuze te laten tussen verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget (PGB) of door middel van een financiële tegemoetkoming voor individuele compenserende voorzieningen. Tevens dient de burger de keuze te kunnen hebben uit meerdere aanbieders. De gemeente geeft cliënten de keuzevrijheid tussen PGB, zorg in natura of door middel van een financiële tegemoetkoming voor alle compenserende WMO voorzieningen waarvoor dit mogelijk is. De gemeente biedt de buger de keuze uit ten minste twee of meer aanbieders.
- Maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en
huiselijk geweld
Het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang, en beleid ter bestrijding van geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd.
Wat wordt verstaan onder maatschappelijke opvang en vrouwenopvang?Maatschappelijke opvang: activiteiten bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die door één of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Vrouwenopvang: activiteiten bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan vrouwen die, als dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten in verband met rpoblemen van relationele aard of geweld. -
Het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen
OGGZ: Het signaleren en bestrijden van risicofactoren op het gebied van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ), het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen, het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen en het tot stand brengen van afspraken tussen betrokken organisaties over de uitvoering van de OGGZ.
OGGZ kan gericht zijn op individuen, risicogroepen en collectieven. Het OGGZ-basisaanbod omvat crisisopvang, bemoeizorg, preventie en dak- en thuislozenzorg; met als voorwaardenscheppende onderdelen: samenwerkingsverbanden, signalering en beleidsadvisering, sociale kaart en consultatie tussen OGGZ-partners onderling. De omschrijving uit de wet is in feite geen definitie van OGGZ, maar een definitie van de gemeentelijke verantwoordelijkheid op het terrein van de OGGZ (hun regierol). - Het bevorderen van verslavingsbeleid
Verslavingsbeleid: activiteiten bestaande uit ambulante hulpverlening, gericht op verslavingsproblemen en preventie van verslavingsproblemen, inclusief activiteiten in het kader van overlastbestrijding door verslaving.Onder ambulante verslavingszorg wordt verstaan:
- Preventieve acties en voorlichting over verslavingen (drugs, alcohol, gokken, medicijnen)
- Begeleiding van (dakloze) verslaafden via straathoekwerk en bemoeizorg
- Hulp en begeleiding van alcoholisten, drugsverslaafden, gokkers en medicijnverslaafden
- Methadonverstrekking aan heroïneverslaafden
- Deelname in samenwerkingsverbanden van hulpverleningsinstellingen (ketenzorg), zowel stedelijk als op buurtniveau
- Beleidsadvisering aan gemeenten