In het contract wordt bepaald, dat het Oostopgaande in
oostelijke richting wordt doorgetrokken.
In latere jaren is het vooral de vervenersfamilie Bruins Slot, die
hier activiteiten ontplooit. Daar waar vanuit het Oostopgaande een
Dwarsgat (nu Brugstraat) is gegraven en aan het begin van de
Zwinderse Scheiding (Scheidschediek), ontstaat rond 1850 de eerste
bewoning door veenarbeiders.
In 1890 staan er ca. veertig woningen, waarvan de meesten langs het
Oostopgaande en verder verspreid langs het Dwarsgat en
verschillende 'wieken'. Op het afgegraven veen laten de
Hoogeveense eigenaren veel bos aanplanten. Het hout hiervan gaat
weg voor het stutten van gangen in kolenmijnen, die overal in
Europa tot ontwikkeling komen. De schors gaat naar leerlooierijen,
onder andere in Hoogeveen.
Vanaf 1900 verdwijnen de bossen en maken arbeiders en kleine
boeren de grond gereed voor landbouw. De Hoogeveense eigenaren
verkopen deze grond aan vooral jonge gereformeerde Groninger
boeren, die hierop voor die tijd kapitale boerderijen stichten. In
dertig jaar tijd worden er bijna vijftig gebouwd. Na de
veenarbeiders zijn zij de tweede groep immigranten in het
'nieuwe land'.
In 1909 laat Jacob Dijkema in de dakpannen van zijn nieuwe
boerderij de naam Nieuwlande aanbrengen. Het duurt evenwel nog een
aantal jaren, voordat de gemeente Oosterhesselen deze naam
officieel gaat gebruiken als aanduiding van het nieuwe dorp.
Sociologisch is er tot ver na de Tweede Wereldoorlog een tegenstelling tussen de meestal hervormde veenarbeiders en de gereformeerde boeren. In 1928 wordt een tuinbouwvereniging opgericht, om voor de eerste groep tuinbouw in dit gebied te stimuleren. De 'bonenfabriek' van Lucas Aardenburg in Hoogeveen is een goede afnemer, waardoor veel kleine boeren en arbeiders hun karige inkomen kunnen aanvullen.
Het dorp Nieuwlande is verdeeld over vijf gemeenten, waardoor
het in zijn ontwikkeling jarenlang is geremd. In de oorlog is het,
vooral dank zij de bekende verzetsman en landbouwer Johannes Post,
afkomstig van Hollandscheveld, een wijkplaats voor tientallen
joden, die hier onderduiken. In 1985 wordt het dorp hiervoor
onderscheiden door de Israëlische regering.
Na de oorlog worden het Oostopgaande, het Dwarsgat en tal van
wijken gedempt als onderdeel van een groots opgezette sanering van
het vroegere veengebied. Economisch komt dit de plaats ten goede,
terwijl de tegenstellingen van vroeger geleidelijk minder scherp
worden.
Bezoek ook: