Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker

Geschiedenis

Hoogeveen, waar veen en zand elkaar ontmoeten

De huidige gemeente Hoogeveen is een lappendeken van stukken grond met allemaal een eigen geschiedenis

De huidige gemeente Hoogeveen is een lappendeken van stukken grond met allemaal een eigen geschiedenis. Het geel gearceerde deel is in 1625 geruild en was nog tot 1664 deel van Zuidwolde. Daar omheen zien we 1 de Meppense Venen, 2 de gebieden die veel later van Zuidwolde werden toegevoegd, waaronder De Weide, 3 stukken van de Pesser marke en 4 een stuk van Drijber. Langs de randen verder nog diverse stukken die afkomstig zijn van andere marken.

Zolang er mensen in Drenthe zijn geweest, waren ze ook in de huidige gemeente Hoogeveen. Vuurstenen werktuigen in de ondergrond en vondsten in het veen zijn hiervan de getuigen. De kano van Pesse, grafvelden en sporen van boerderijen laten zien dat Pesse het oudst permanent bewoonde gedeelte van Hoogeveen is. Ook zijn er vondsten uit de buurt van Fluitenberg, zoals een voor Romeins maliënkolder en een ijzertijdboerderij. De Weide wordt al sinds de middeleeuwen genoemd als weidegebied van de boeren van Steenbergen en Ten Arlo (Zuidwolde). Zowel De Weide als de ondergrond onder de huidige plaats Hoogeveen hoorden bij een leengoed van de Heer van Ruinen. De boeren betaalden de tienden, een vorm van belasting, aan de familie Van Echten. Het middeleeuwse dorp – en de latere marke - Pesse werd in 1141 voor het eerst genoemd.

Vanaf 1551

De oudste geschreven geschiedenis van het veengebied stamt uit 1551. Dat jaar kochten Drost Reinolt van Burmania en zijn vrouw Liesbeth van Braekel van de boeren van Meppen een groot stuk veen, inclusief de ondergrond. Deze Meppense Venen lagen ondermeer rond Geesbrug, Nieuwlande, Elim en Nieuw-Moscou. In 1625 ruilde Roelof van Echten een flink stuk veen zonder ondergrond met de boeren van Steenbergen en Ten Arlo. Als ruil beloofde hij een vaart te graven en hen vrij te stellen van de turftienden. Hij zou de turf af mogen graven, maar eigenaar was hij niet van het gebied. Hij kocht in 1630 namelijk wel de ondergrond, maar de overdracht daarvan was pas vele jaren na zijn dood. Hoogeveen bleef daardoor tot 1664 formeel onderdeel van Zuidwolde.

Vijf stichters

In 1631 stichtten vijf zakenpartners de Compagnie van de 5000 Morgen. Eén van de vijf was Roelof van Echten. Veel van het ingebrachte geld was verdiend met de VOC. Vooral de Zuid Molukken hadden veel opgebracht. De bedoeling was om met deze Compagnie (een zakenvereniging) de turfgraverij in onze gemeente te beginnen. Een morgen was ongeveer een hectare. De 5000 hectare bestond voor minimaal 3000 hectare uit delen van de Meppense Venen. De rest was afkomstig uit de ruil met Steenbergen en Ten Arlo. Er kochten zich diverse gegoede burgers in, in de Compagnie. De Compagnie groef de vaart en begon de turfgraverij. De investeerders uit Amsterdam haakten al snel af. De investeerders uit Leiden hadden ook grote conflicten met Roelof van Echten. Een reden om het veenbezit op te splitsen. Het gevolg was dat de Compagnie van de 5000 Morgen vanaf 1633 vooral nog een kanaalmaatschappij was, die de Hoogeveensche Vaart aanlegde en beheerde. Hoogeveen werd in de praktijk verveend en ontgonnen door grond- en veeneigenaren, die hun bezittingen samen hadden gebracht in kleinere compagnieën. De Van Echtens hadden een kleine compagnie, net als de familie Bentinck. 2300 Morgen veengebied viel onder de Leidse investeerders, die een eigen compagnie hadden opgericht.

Gesticht door de Hollandsche Compagnie

Geschiedenis Vanaf 1633 stonden er een paar arbeiderswoningen en een pand voor de rentmeester op het hoogveen, het Hoogeveen. Een soort ‘fabrieksterrein met bedrijfswoningen’. Als directeuren van de ‘Hollandse Compagnie’ stichtten Pieter Joostens Warmont en Johan van der Meer in 1636 in het gebied van de Hollandse Compagnie een echte kolonie, door het toestaan van door de meiers beheerde turfgraverijen, turfhandel, landbouw, de verbouw van veenboekweit en het laten bouwen van huizen met schoorstenen. Vanaf dat moment was het mogelijk het hele jaar op het Hoogeveen te wonen. De andere eigenaren van het gebied volgden hun voorbeeld.Geschiedenis

Hoofddorp met buitengebieden

Er ontstond een snel groeiende plaats langs de vele waterwegen in het gebied. Over dit water werd de turf afgevoerd naar Zwartsluis vanwaar het verder werd vervoerd, onder anderen voor de kalkbranderijen, de steenfabrieken aan de IJssel en Amsterdam. De lange linten van schippers- en arbeiderswoningen vormden buitenstreken rondom het dorp Hoogeveen. Zo ontstond in het veld van de Hollanders het Hollandsche Veld, in het veld van de Bentincks het Krakeel, langs het eindpunt van de vaart de Schutstreek (Schutstraat) en in het veengebied van de boeren van Zuidwolde, Alteveer en Kerkenveld. Overal vond men ambachtslieden, handelaren, schippers, arbeiders en tappers. In het hoofddorp Hoogeveen vestigden zich gespecialiseerde bedrijfjes, de meeste middenstand en grootgrondbezitters. Een speciale plaats nemen de scheepswerven in. Daarvan had Hoogeveen er een groot aantal. Het hoofddorp kon tot bloei komen toen in de 18e eeuw de investeerders buiten Drenthe allemaal werden uitgekocht door mensen uit het dorp zelf.

Overgangsperiode

In de 19e eeuw groeide Hoogeveen uit tot de grootste binnenhaven van Nederland. Op de afgegraven turfvelden groeide kreupelhout. Een deel werd in de 18e en de 19e eeuw ontgonnen. Landbouw en veeteelt ging een steeds grotere plaats innemen. Een ander deel werd juist gebruikt voor aanplant van bomen met een hogere productiewaarde. Zo ontstond een groot bosgebied, waarvan nu nog een deel aanwezig is. De turfgraverij werd minder. Na Na 1880 werd alleen nog over de oostelijke gemeentegrens turf gegraven. De bosbouw leidde tot houthandels en leerlooierijen. De veeteelt zorgde voor een bloeiende veemarkt. In 1896 werd de Coöperatieve Zuivelfabriek gesticht, de voorloper van Kaasfabriek DOC. Er kwamen steenfabrieken, turfstrooiselfabrieken en kalkbranderijen. Maar deze ontwikkelingen konden niet voorkomen dat de voormalige veenkolonie een schrijnende behoefte kreeg aan ander werk en meer inkomsten.

Industrialisering

In de 20’er en 30’er jaren van de 20e eeuw kwam de tuinbouw tot bloei. Ieder dorp had zijn eigen vereniging, er was een veiling in Hoogeveen en het kwam tot bijbehorende industrie. In 1924 kwam de ‘blikfabriek’, later onderdeel van Thomassen en Drijver. Die leverde de verpakking voor de tuinbouwproducten, zoals die vanaf 1929 werden verwerkt bij de Kennemer Conservenfabriek Lukas Aardenburg,later onderdeel van de IGLO (Unilever). De grootste ontwikkelingen op industriegebied kwamen echter na de Tweede Wereldoorlog met Philips, Fokker, Standard Electric en diverse ondersteunende en toeleverende bedrijven.

De wording van het moderne Hoogeveen

Dit gaf aanleiding tot twee enorme planologische veranderingen. De eerste verandering had al in 1880 plaatsgevonden, toen Hoogeveen werd aangesloten op het spoorlijnnet. Het uitgebreide vaartenstelsel werd na de Tweede Wereldoorlog echter een belemmering voor de nieuwe economische ontwikkelingen. In 1948 werd de Hoofdstraat gedempt. In de 50’er, 60’er en 70’er jaren volgden de dempingen van de andere hoofdkanalen en kwam de plaats aan twee grote doorgaande wegen te liggen. Hoogeveen was nu over land aangesloten op het Europese wegennet. De basis kon zo worden gelegd voor tal van transportbedrijven. Door de toenemende industrialisatie kreeg Hoogeveen te maken met een toeloop van nieuwe inwoners, met name in het hoofddorp Hoogeveen. De toeloop – uit andere gebieden van Nederland, maar ook uit de omliggende dorpen – en door het verouderde woningbestand, kwamen er grote nieuwbouwprojecten tot stand.

Geschiedenis In het buitengebied kwamen eveneens diverse nieuwbouwprojecten tot stand, zodat de bestaande dorpen in de velden steeds meer groeiden en - mede door de vorming van een echte woonkern - van karakter veranderden. De plaats Hoogeveen zelf kreeg wijk na wijk, met gevolg dat de gemeentegrenzen te krap bleken. Ten westen van de A28 ontstond een grote nieuwe woonwijk, De Weide, met tal van deelwijken. Dit kon alleen in combinatie van grenswijzigingen. De laatste viel samen met een Drentse gemeentelijke herindeling, afgerond op 1 januari 1998. Er werden op de oost, noord- en westzijde gebieden toegevoegd. Zo ontstond de huidige gemeente Hoogeveen. Een verstedelijkt gebied in de kern, met daar omheen plattelandsdorpen. Veen-Drenthe en Zand-Drenthe met elkaar verenigd.

Een gemeente met een rijke historie, die gekoesterd wordt door de vele instanties en initiatieven die zich daarmee bezighouden:


© Tekst: Albert Metselaar en Marga Zwiggelaar


Uitgelicht


Zoeken