Als u eigenaar bent van een onroerende zaak (grond met bebouwing zoals woningen, winkels en kantoren), betaalt u onroerende zaakbelasting (OZB). Ook de gebruiker van een niet-woning moet deze belasting betalen. Hoeveel u moet betalen, hangt af van de waarde van de zaak waarvan u eigenaar of gebruiker bent en de hoogte van de gemeentelijke OZB-tarieven. Die verschillen per gemeente. De waarde van een onroerende zaak wordt bepaald volgens de regels van de Wet WOZ. Gebruikers van woningen die geen eigenaar zijn, bijvoorbeeld huurders, hoeven geen onroerende zaakbelasting te betalen.
Belastingplichtige
OZB wordt geheven van eigenaren van
woningen en niet-woningen en van de gebruikers van niet woningen.
Met onroerende zaken worden de grond en alles wat dat daarmee
duurzaam is verbonden - zoals huizen, schuren, bedrijfspanden -
bedoeld.
Er zijn twee soorten OZB:
Zowel de eigenaar van een onroerende zaak als de gebruiker van een niet-woning krijgt een aanslag voor de onroerende-zaakbelastingen.
Iemand die zowel eigenaar als gebruiker van een niet-woning is, betaalt dus beide belastingen.
Tijdstipbelasting
Bent u op 1 januari eigenaar
en/of gebruiker van een onroerende zaak, dan bent u
belastingplichtig voor het hele jaar. Dit houdt in dat bij een
verkoop of huuropzegging van het object in de loop van het
belastingjaar, de aanslag onroerende-zaakbelasting niet wordt
verminderd. Wel is het gebruikelijk dat bij een verkoop de
notaris deze belasting verrekent met de
toekomstige eigenaar.
Voor niet-woningen: